“Wanneer ga je uit huis?”

“Wanneer ga je uit huis?”

Uit huis gaan is een groot onderdeel van het opgroeien. Veel leidt er al naar toe naar mate je ouder wordt. Je wordt zelfstandiger en solliciteert voor een baantje. Daarvan betaal je eigen rekeningen en spaar je voor later. Maar echt uit huis gaan en op jezelf wonen is een grote stap. Zoals je misschien wel weet, is dit een onderwerp waar ik al vaker over heb geschreven. Vandaag is niet anders, maar ik kijk er nu anders tegenaan dan dat ik een jaar geleden deed.

Sinds mijn geboorte ben ik zes keer verhuisd. Er wordt weleens gezegd dat een gemiddeld mens dat maar zeven keer doet, maar dan kijk ik naar mijn moeder en denk, die zit al in haar negende huis. Door al deze verhuizingen, heb ik er ook gemixte gevoelens over gekregen. Het spannende gevoel van een nieuw huis, het decoreren naar je eigen smaak en het wennen aan de omgeving – inclusief per ongeluk post naar het verkeerde adres sturen – vind ik een van de leukste dingen. Zelfs het inpakken van al mijn eigendommen en het uitzoeken van prullaria vind ik niet erg.

Maar iets vergeten, dat is een gevoelig onderdeel. In al mijn keren verhuizen, ben ik een keer iets vergeten en dat heeft het hele proces van uit huis gaan, inpakken en weggooien en verhuizen moeilijker gemaakt. Daar heb ik het een lange tijd moeilijk mee gehad. Nog steeds wel, want ik moet minstens vijf keer in elk kastje kijken of ik niet écht iets vergeet. Dat is ook waarom ik altijd, wanneer ik net vertrokken ben, paniek voel opkomen en mijn tas weer opentrek om het te checken. Zelfs al heb ik mijn telefoon in mijn hand. 

Door de jaren heen heb ik uit huis gaan als een plan gezien. Ik wilde het ook wel, want de vrijheid lijkt me heel fijn. Niemand die lawaai maakt, als iemand niet opruimt dan kan ik alleen mezelf te schuld geven, en als iemand over de vloer komt dan gelden mijn regels. Ja, je jas aan de kapstok en niet over de stoel, zusje. Gelukkig kunnen we daar nu wel grapjes over maken. 

Ik zou écht uit huis gaan

Zo’n drie jaar geleden stond ik op het punt naar de andere kant van het land te verhuizen voor een opleiding. Ik had het ineens in mijn hoofd dat ik zou gaan, en ik was nog niet eens door de eerste ronde van de selectie gekomen. Dus spaarde ik wat en gaf dat geld elke maand uit aan uitzet. Ik ging naar bingo’s en won een glazen waterkoker, terwijl ik er net eentje had gekocht. Zulk soort dingen gebeurden er toen. 

Tot ik ineens dacht: Nee. Nee, dit is helemaal niet wat ik wil. Ik wilde helemaal niet naar de andere kant van het land. Nu is Arnhem niet helemaal de andere kant van het land, want het ligt meer in het midden, maar voor mij – uit net geen Zeeland – was het toch een reis van drie uur met het openbaar vervoer. Ik wilde niet bij oma weg. Ik had eindelijk het gevoel dat ik tijd met mijn familie aan het inhalen was na mijn vorige grote verhuizing, ik kon toch niet gelijk weer weg?

Dus zette ik mijn studentenleven on hold en ging ik werken. De Marskramer was mijn zevende baantje. Ik spaarde in mijn tussenjaar nog meer voor mijn uitzet. Ergens dacht ik, was ik daar maar eerder mee begonnen, maar ik was net terug bij mijn moeder. Weer verhuizen – en eindelijk ‘volwassen worden’ – stond helemaal niet bovenaan mijn prioriteiten.

Maar nu?

Nu ben ik tweeëntwintig (en een half, haha) en de afgelopen 1,5 jaar hoor ik steeds: “Fem, wanneer ga jij nou uit huis?” Die vraag kwam ondertussen mijn neus uit. Elke keer dat familie ernaar vroeg en mijn moeder er lachend op reageerde met “dan en dan”, werd ik een beetje boos. Ik had geen plan. Maar die vragen lieten me allesbehalve welkom voelen.

Tot begin mei. Tot een goed gesprek met mijn moeder. Over sociale acceptatie, over mijn uitzet, over mijn keuzes en mogelijkheden, over waar ik heen wilde en over mijn smaak. Nou, mijn smaak is dus niet die van mijn moeder, haha. Ik wil veel meer wit en dat vindt zij niks. Maar hé, als ik dan op mezelf ga, wordt het mijn huis en mijn regels. Én mijn smaak! 

Dus ja, waar sta ik nu? Soms lees ik blogs van Romy (Vaker Vrolijk) over haar geweldige huisje en gave inrichting of Paula van BookBreak die echt net weer op haarzelf woont en denk ik, ja, ik kan niet wachten om ook uit huis te gaan. Maar er zijn nog genoeg dingen die ik daarvoor moet regelen. En ik neem je graag met me mee. 

Hoe sta jij tegenover het hele ‘uit huis gaan en volwassen worden’-idee?

Liefs,
Femke

Volg:
Deel:

7 Reacties

  1. Marin
    6 juni 2020 / 09:22

    Voor alles is een tijd soms ook uit huis gaan . De reden kan verschillend zijn maar nooit een reden omdat men dat verwacht maar dat je er zelf aan toe bent.
    Het is wel heel leuk om in je eigen huis te zitten en te kijken naar jou spullen, jou kleuren jou smaak.
    Het maakt vaak niet uit voor een man waar zijn huis staat, als zijn huis hem maar rust, gezelligheid en plezier geeft.
    Een ieder doet het op zijn eigen manier.

    xxx

    • Femke
      Auteur
      6 juni 2020 / 15:00

      Alles op z’n tijd 😋 Het maakt inderdaad niet uit in welk tempo het allemaal gebeurd. Uiteindelijk ga ik toch wel op mezelf. Voor nu zit ik lekker waar ik zit haha

  2. 6 juni 2020 / 19:38

    Een herkenbare blog! Fijn dat je er zo eerlijk en open over schrijft. Ik ben 27 en woon nog steeds thuis. De laatste tijd kriebelt het wel steeds meer om uit huis te gaan, maar het moet wel mogelijk zijn. Gelukkig heb ik een complete zolderverdieping voor mezelf en mag ik het ook gewoon rustig aan doen van m’n ouders. Het komt vanzelf wel, op de juiste tijd 😀

    • Femke
      Auteur
      7 juni 2020 / 12:05

      Bedankt, Mirjam! Wat interessant om te horen dat jij ook nog thuis woont. Gelukkig heb je ouders die je daarin ook wel supporten. Precies, het komt vanzelf wel, wanneer de tijd rijp is 🙂

  3. 7 juni 2020 / 11:24

    Ik ben 34 en woon min of meer noodgedwongen nog thuis. Er zijn nauwelijks huizen hier (sociale huur) en ik was er nooit zo aan toe (ik ben op geestelijk vlak een laatbloeier), maar de laatste paar jaar wel. Nu eerst nog sparen en hopen dat ik tegen die tijd genoeg inkomsten heb (ook een issue waarom ik nog niet op mezelf woon). Ik heb de zolder meestal ook voor mezelf en woon alleen met mijn moeder, dus het is best rustig.

    • Femke
      Auteur
      7 juni 2020 / 12:07

      Hé Liz! Dat van de weinige huizen herken ik ook heel goed. Als we ons maar comfortabel voelen op de plek waar we zitten, dan is het goed. Dat sparen is ook een dingetje, haha. Maar als de zolder goed is, lekker blijven zitten waar je zit en dan komt er vanzelf wel een moment dat de puzzelstukjes in elkaar vallen. Succes!

  4. 8 juni 2020 / 10:32

    Ik ben best laat uit huis gegaan, maar heb geen spijt van hoe dingen zijn gelopen. Ik ben superblij met mijn huis nu! Ik vond het ook een heel leuk proces 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: