Schrijfoefening: een magisch theetentje

Hoi, leuk om je weer te zien. Ik ben niet zo snel tevreden met mijn blogpost, dus ik heb besloten om steeds wat spontaans te posten in plaats van vooruit plannen. Vorige week is mijn allerlaatste stageperiode gestart en natuurlijk gaat dat voor. Stage en examens zijn zo belangrijk, en daarnaast wil ik ook nog schrijven en aan mijn YouTube kanaal werken dus daarom heb ik mijn blog op een iets lager tandje gezet om zo alsnog leuke dingen te kunnen plaatsen zonder dat het te langdradig wordt of te stressvol.

Hoe beschrijf je een scenario terwijl je niet weet waar je moet beginnen? De volgende keer doe je dat op deze manier! Ook laat ik je graag lezen wat ik bij deze oefening heb geschreven.

We waren nog maar net terug van Griekenland, toen ik aan de koffie zat bij oma en mij een geweldig scenario binnenschoot. Ik wilde er meteen over schrijven maar had geen flauw idee waar ik moest beginnen. Ik vertelde het idee meteen aan mijn moeder en oma, wat mij vervolgens grote grijnzen opleverde want ja, daar was Femke weer met haar mega fantasie.

Ik tekende het eerst uit, pakte laat die avond alle benodigdheden en ging met mijn laptop naar bed. Ik zat en ik snoof en ik knabbelde en typte – zo snel en toch langzaam mogelijk. En het leuke is, het stukje hieronder ga ik zeker weten gebruiken in een nieuw schrijfproject!

Disclaimer: ik schrijf normaal in derde persoon en verleden tijd, dit hieronder is een experiment. Daarom zitten er ook nog wel wat spellingsfouten in omdat ik geen wonder ben met de d’tjes en de t’tjes (:

“Ik ruikIk proefIk hoorIk zie. Ik voel.”

Nog altijd bibberend breng ik mijn hand naar de gouden deurklink. Lily’s adem verschijnt in mijn ooghoek als wolkjes net zo zilver als de beslagen ramen van de ingang. Erdoorheen is niet veel te zien, het lijkt er donker binnen, maar de vlammen, net zo wild als de manen van een leeuw trekken mijn ogen naar de hoek van de herberg.

“Schiet eens op, wil je, er willen meer mensen naar binnen,” wordt er luidruchtig gemopperd.

Al snel verkleurt mijn hoofd net zo rood als de vlammen van het haardvuur. De deurklink prikt in mijn handpalm als ik het naar beneden druk, de vrieskou snijd door mijn huid. De gouden deurklink had me laten denken warm te zijn, net zo uitnodigend als het vuur maar niets was minder waar.

De warmte slaat ons allen in het gezicht. Aroma’s van pasgebakken koekjes dringen mijn neusgaten binnen, verwarmd mijn keel en laat mijn mond watertanden. De sterke kruiden in de lucht lijken te vechten om als eerst geproefd te worden. Terwijl mijn ogen wennen aan de veranderingen in het licht en de temperatuur, merk ik hoeveel verschillende geuren er om mij heen zweven. De houterige geur brandt in mijn neusgaten en het ruikt tegelijkertijd zoet. De prikkelde geur van wilde bosbessen, het tovert meteen een glimlach op mijn gezicht. De herinneringen aan de late middagen. IJspegeltjes aan mijn neus en wimpers, bijtende wangen en een eindeloze trek in bessen, de gluiperigheid die ik toen voelde terwijl ik probeerde niet gesnapt te worden. Maar er zijn er meer, tientallen meer die ik niet kan plaatsen. En aan Lily’s gezicht, ook zij niet.

Ik stap wat verder naar binnen zodat Lily en de andere bezoekers ook hun laarzen van het sneeuw kunnen ontdoen. We stampen allemaal wat nonchalant op de platgetrapte mat en trekken onze mutsen van ons hoofd.

De gouden details in de ruimte zijn werkelijk ontelbaar. Het geflikker van het haardvuur zorgt voor prachtige glinsteringen in alle glazen. Zelfs de kandelaren weerspiegelen het licht terwijl er langs hun lichamen kaarsvet druppelt. Het lijkt helemaal niet meer zo donker in de herberg dan ik dacht. De ramen in de deur en de twee erkers zorgen voor genoeg licht. Toch brengt de grijze lucht een donker sfeertje met zich mee. Onder enkele lampen zijn de zwevende kopjes te zien. Voor ik het door heb kruipt er al een glimlach op mijn gezicht. Er is zoveel moois aan magie, en ik heb het nog lang niet allemaal gezien.

Er hangen slingers aan het plafond. Maar het zijn helemaal geen slingers. Ik stap wat verder naar binnen en draai een rondje. Overal hangen dunne draadjes en de versieringen zijn ontelbaar. De zoete geuren nemen meteen de overhand in de ruimte. Gedroogde vruchten. Door de hele herberg heen zweven theezakjes op hun plek – met allemaal een eigen grootte en kleur. Honderden gekleurde labeltjes vertellen mij hun ingrediënten. Ik til mijn hoofd wat omhoog en knijp mijn ogen fijn om het te kunnen lezen.

“Goedendag mijn kinderen, welkom in mijn herberg. Kom, neem plaats en geniet van het speculaas.”

De woorden van de vrouw lijken niet eens tot me door te dringen. Vanuit mijn ooghoeken zie ik haar staan, maar mijn complete aandacht is gericht aan de theezakjes. Hier en daar is een enkel theezakje onder een bezwering. Het haalt zichzelf uit de knoop en zweeft door de ruimte, tot het bij de juiste tafel aankomt en het in het fluitketeltje zakt.

Steranijs. De smaak van de speculaaskoekjes verspreid op mijn tong terwijl ik mijn mantel losbind. Uit Eastpine, denk ik er gelijk bij. Steranijs is een specialiteit uit Eastpine. Ik krijg het er warm van. Ook mijn sjaal bind ik los.

Ik hoor Lily de vrouw bedanken en ik kijk haar aan. Ze glimlacht nog eens naar de vrouw voor ze me verder de ruimte in duwt. Er is nog maar één tafeltje vrij en die is achterin, in de tegenovergestelde hoek dan waar de haard staat.

“Madam Krikke?”

“Het stond in de krant,” zegt ze schouderophalend. Lily’s blik gaat alle tafels langs, ze gluurt bij mensen op het bord en in hun bekers en likt daarbij hongerig over haar lippen. Haar gezicht kleurt bijna net zo rood als haar haren en het haardvuur wanneer de mensen haar gestaar opmerken.

Ik moet er om lachen, maar om Lily niet nog meer te generen hou ik mij in. Een glimlachje kan ik niet onderdrukken dus uit ik hem, en haak dan mijn arm door die van Lily. Het wordt tijd dat we iets bestellen.

We nemen plaats in iets wat lijkt op een hoekzetel. Het is verhoogd, de stap omhoog is iets meer dan tien centimeter. Voorzichtig schuiven we langs de houten ronde tafel voor we op het donkere leer zakken. Het is werkelijk overvol in de herberg. Dit was het enige tafeltje dat nog niet gevuld was. Mijn wollen sjaal vouw ik slordig op en leg het samen met mijn muts rechts naast me.

“Zal ik onze jassen ophangen?” Lily wijst achter zich. Over haar schouder is het haardvuur te zien en daar achter hangen tientallen jassen. Eronder ligt een plasje water dat een dweil onder een opruimende bezwering weg haalt.

Er word druk gekletst in de herberg van madam Krikke. Het is er gezellig, en ik glimlach. Dit hadden we nodig, rust en een ander soort warmte dan het thuisgevoel. Zilverwaar schraapt over servies, er wordt geroerd in theemokken en soepkommen. Het vieze geluid van ophalende neuzen keert constant terug maar ook Lily en ik sluiten ons er bij aan. Het is niet te voorkomen met dit weer, het zal wel weer anders zijn als we terugkeren naar de school.

“Thee?” vraagt Lily dan. Haar handen grijpen al naar de menukaart in de houder, maar wanneer ze er nog enkele centimeters vandaan hangen – floept het ding uit de ijzeren ring. Het zweeft steeds verder omhoog, net als Lily’s wenkbrauwen. Ze weet niets te zeggen als het menu eenmaal op ooghoogte hangt.

Al gniffelend beantwoordt ik haar. “Thee.”

De foto behoord toe aan: the velvet foxes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *